Filosofie Kaffee

Lezen is vrij.
Wil je meedoen, wordt dan lid door je te registreren.
Je ontvangt dan een activerings mail.
Je bent volledig lid, als je je lidmaatschap hebt geactiveerd en kunt schrijven als je ingelogd bent.

Gedachtenwisseling over alles wat verwondert.


    Universele verklaring van de rechten van de mens

    Deel
    avatar
    Mariakat
    Admin

    Universele verklaring van de rechten van de mens

    Bericht  Mariakat op 02.10.10 22:54

    Universele verklaring van de rechten van de mens

    Uit Wikisource

    Ga naar: navigatie, zoeken

    Universele verklaring van de rechten van de mens
    AuteurOndertekende partijen
    Genre(s)Resolutie
    BrontaalEngels
    Verschenen1948
    Bronwww.ohchr.org
    AuteursrechtPubliek domein

    Meer over Universele verklaring van de rechten van de mens op Wikipedia
    UNIVERSELE VERKLARING VAN DE RECHTEN VAN DE MENS
    10 december 1948
    Preambule
    Overwegende, dat erkenning van de inherente waardigheid en van de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap grondslag is voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld;
    Overwegende, dat terzijdestelling van en minachting voor de rechten van de mens geleid hebben tot barbaarse handelingen, die het geweten van de mensheid geweld hebben aangedaan en dat de komst van een wereld, waarin de mensen vrijheid van meningsuiting en geloof zullen genieten, en vrij zullen zijn van vrees en gebrek, is verkondigd als het hoogste ideaal van iedere mens;
    Overwegende, dat het van het grootste belang is, dat de rechten van de mens beschermd worden door de suprematie van het recht, opdat de mens niet gedwongen worde om in laatste instantie zijn toevlucht te nemen tot opstand tegen tyrannie en onderdrukking;
    Overwegende, dat het van het grootste belang is om de ontwikkeling van vriendschappelijke betrekkingen tussen de naties te bevorderen;
    Overwegende, dat de volkeren van de Verenigde Naties in het Handvest hun vertrouwen in de fundamentele rechten van de mens, in de waardigheid en de waarde van de mens en in de gelijke rechten van mannen en vrouwen opnieuw hebben bevestigd, en besloten hebben om sociale vooruitgang en een hogere levensstandaard in groter vrijheid te bevorderen;
    Overwegende, dat de Staten, welke Lid zijn van de Verenigde Naties, zich plechtig verbonden hebben om, in samenwerking met de Organisatie van de Verenigde Naties, overal de eerbied voor en inachtneming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden te bevorderen;
    Overwegende, dat het van het grootste belang is voor de volledige nakoming van deze verbintenis, dat een ieder begrip hebbe voor deze rechten en vrijheden;
    Op grond daarvan proclameert de Algemene Vergadering deze Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als het gemeenschappelijk door alle volkeren en alle naties te bereiken ideaal, opdat ieder individu en elk orgaan van de gemeenschap, met deze verklaring voortdurend voor ogen, er naar zal streven door onderwijs en opvoeding de eerbied voor deze rechten en vrijheden te bevorderen, en door vooruitstrevende maatregelen, op nationaal en internationaal terrein, deze rechten algemeen en daadwerkelijk te doen erkennen en toepassen, zowel onder de volkeren van Staten die Lid van de Verenigde Naties zijn, zelf, als onder de volkeren van gebieden, die onder hun jurisdictie staan:

    Artikel 1


    • Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.


    Artikel 2


    • Een ieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden, in deze Verklaring opgesomd, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status. Verder zal geen onderscheid worden gemaakt naar de politieke, juridische of internationale status van het land of gebied, waartoe iemand behoort, onverschillig of het een onafhankelijk, trust-, of niet-zelfbesturend gebied betreft, dan wel of er een andere beperking van de soevereiniteit bestaat.


    Artikel 3


    • Een ieder heeft het recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon.


    Artikel 4


    • Niemand zal in slavernij of horigheid gehouden worden. Slavernij en slavenhandel in iedere vorm zijn verboden.


    Artikel 5


    • Niemand zal onderworpen worden aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.


    Artikel 6


    • Een ieder heeft, waar hij zich ook bevindt, het recht als persoon erkend te worden voor de wet.


    Artikel 7


    • Allen zijn gelijk voor de wet en hebben zonder onderscheid aanspraak op gelijke bescherming door de wet. Allen hebben aanspraak op gelijke bescherming tegen iedere achterstelling in strijd met deze Verklaring en tegen iedere ophitsing tot een dergelijke achterstelling.


    Artikel 8


    • Een ieder heeft recht op daadwerkelijke rechtshulp van bevoegde nationale rechterlijke instanties tegen handelingen, welke in strijd zijn met de grondrechten hem toegekend bij Grondwet of wet.


    Artikel 9


    • Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige arrestatie, detentie of verbanning.


    Artikel 10


    • Een ieder heeft, in volle gelijkheid, recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie bij het vaststellen van zijn rechten en verplichtingen en bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging.


    Artikel 11


    • Een ieder, die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd, heeft er recht op voor onschuldig gehouden te worden, totdat zijn schuld krachtens de wet bewezen wordt in een openbare rechtszitting, waarbij hem alle waarborgen, nodig voor zijn verdediging, zijn toegekend.
    • Niemand zal voor schuldig gehouden worden aan enig strafrechtelijk vergrijp op grond van enige handeling of enig verzuim, welke naar nationaal of internationaal recht geen strafrechtelijk vergrijp betekenden op het tijdstip, waarop de handeling of het verzuim begaan werd. Evenmin zal een zwaardere straf worden opgelegd dan die, welke ten tijde van het begaan van het strafbare feit van toepassing was.


    Artikel 12


    • Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige inmenging in zijn persoonlijke aangelegenheden, in zijn gezin, zijn tehuis of zijn briefwisseling, noch aan enige aantasting van zijn eer of goede naam. Tegen een dergelijke inmenging of aantasting heeft een ieder recht op bescherming door de wet.


    Artikel 13


    • Een ieder heeft het recht zich vrijelijk te verplaatsen en te vertoeven binnen de grenzen van elke Staat.
    • Een ieder heeft het recht welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en naar zijn land terug te keren.


    Artikel 14


    • Een ieder heeft het recht om in andere landen asiel te zoeken en te genieten tegen vervolging.
    • Op dit recht kan geen beroep worden gedaan ingeval van strafvervolgingen wegens misdrijven van niet-politieke aard of handelingen in strijd met de doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties.


    Artikel 15


    • Een ieder heeft het recht op een nationaliteit.
    • Aan niemand mag willekeurig zijn nationaliteit worden ontnomen, noch het recht worden ontzegd om van nationaliteit te veranderen.


    Artikel 16


    • Zonder enige beperking op grond van ras, nationaliteit of godsdienst, hebben mannen en vrouwen van huwbare leeftijd het recht om te huwen en een gezin te stichten. Zij hebben gelijke rechten wat het huwelijk betreft, tijdens het huwelijk en bij de ontbinding ervan.
    • Een huwelijk kan slechts worden gesloten met de vrije en volledige toestemming van de aanstaande echtgenoten.
    • Het gezin is de natuurlijke en fundamentele groepseenheid van de maatschappij en heeft recht op bescherming door de maatschappij en de Staat.


    Artikel 17


    • Een ieder heeft recht op eigendom, hetzij alleen, hetzij tezamen met anderen.
    • Niemand mag willekeurig van zijn eigendom worden beroofd.


    Artikel 18


    • Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst;dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door de praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften.


    Artikel 19


    • Een ieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven.


    Artikel 20


    • Een ieder heeft recht op vrijheid van vreedzame vereniging en vergadering.
    • Niemand mag worden gedwongen om tot een vereniging te behoren.


    Artikel 21


    • Een ieder heeft het recht om deel te nemen aan het bestuur van zijn land, rechtstreeks of door middel van vrij gekozen vertegenwoordigers.
    • Een ieder heeft het recht om op voet van gelijkheid te worden toegelaten tot de overheidsdiensten van zijn land.
    • De wil van het volk zal de grondslag zijn van het gezag van de Regering; deze wil zal tot uiting komen in periodieke en eerlijke verkiezingen, die gehouden zullen worden krachtens algemeen en gelijkwaardig kiesrecht en bij geheime stemmingen of volgens een procedure, die evenzeer de vrijheid van de stemmen verzekert.


    Artikel 22


    • Een ieder heeft als lid van de gemeenschap recht op maatschappelijke zekerheid en heeft er aanspraak op, dat door middel van nationale inspanning en internationale samenwerking, en overeenkomstig de organisatie en de hulpbronnen van de betreffende Staat, de economische, sociale en culturele rechten, die onmisbaar zijn voor zijn waardigheid en voor de vrije ontplooiing van zijn persoonlijkheid, verwezenlijkt worden.


    Artikel 23


    • Een ieder heeft recht op arbeid, op vrije keuze van beroep, op rechtmatige en gunstige arbeidsvoorwaarden en op bescherming tegen werkloosheid.
    • Een ieder, zonder enige achterstelling, heeft recht op gelijk loon voor gelijke arbeid.
    • Een ieder, die arbeid verricht, heeft recht op een rechtvaardige en gunstige beloning, welke hem en zijn gezin een menswaardig bestaan verzekert, welke beloning zo nodig met andere middelen van sociale bescherming zal worden aangevuld.
    • Een ieder heeft het recht om vakverenigingen op te richten en zich daarbij aan te sluiten ter bescherming van zijn belangen.


    Artikel 24


    • Een ieder heeft recht op rust en op eigen vrije tijd, met inbegrip van een redelijke beperking van de arbeidstijd, en op periodieke vakanties met behoud van loon.


    Artikel 25


    • Een ieder heeft recht op een levensstandaard, die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder inbegrepen voeding, kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging en de noodzakelijke sociale diensten, alsmede het recht op voorziening in geval van werkloosheid, ziekte, invaliditeit, overlijden van de echtgenoot, ouderdom of een ander gemis aan bestaansmiddelen, ontstaan ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van zijn wil.
    • Moeder en kind hebben recht op bijzondere zorg en bijstand. Alle kinderen, al dan niet wettig, zullen dezelfde sociale bescherming genieten.


    Artikel 26


    • Een ieder heeft recht op onderwijs; het onderwijs zal kosteloos zijn, althans wat het lager en basisonderwijs betreft. Het lager onderwijs zal verplicht zijn. Ambachtsonderwijs en beroepsopleiding zullen algemeen beschikbaar worden gesteld. Hoger onderwijs zal openstaan voor een ieder, die daartoe de begaafdheid bezit.
    • Het onderwijs zal gericht zijn op de volle ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het zal het begrip, de verdraagzaamheid en de vriendschap onder alle naties, rassen of godsdienstige groepen bevorderen en het zal de werkzaamheden van de Verenigde Naties voor de handhaving van de vrede steunen.
    • Aan de ouders komt in de eerste plaats het recht toe om de soort van opvoeding en onderwijs te kiezen, welke aan hun kinderen zal worden gegeven.


    Artikel 27


    • Een ieder heeft het recht om vrijelijk deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, om te genieten van kunst en om deel te hebben aan wetenschappelijke vooruitgang en de vruchten daarvan.
    • Een ieder heeft het recht op de bescherming van de geestelijke en materiële belangen, voortspruitende uit een wetenschappelijk, letterkundig of artistiek werk, dat hij heeft voortgebracht.


    Artikel 28


    • Een ieder heeft recht op het bestaan van een zodanige maatschappelijke en internationale orde, dat de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, daarin ten volle kunnen worden verwezenlijkt.


    Artikel 29


    • Een ieder heeft plichten jegens de gemeenschap, zonder welke de vrije en volledige ontplooiing van zijn persoonlijkheid niet mogelijk is.
    • In de uitoefening van zijn rechten en vrijheden zal een ieder slechts onderworpen zijn aan die beperkingen, welke bij de wet zijn vastgesteld en wel uitsluitend ter verzekering van de onmisbare erkenning en eerbiediging van de rechten en vrijheden van anderen en om te voldoen aan de gerechtvaardigde eisen van de moraliteit, de openbare orde en het algemeen welzijn in een democratische gemeenschap.
    • Deze rechten en vrijheden mogen in geen geval worden uitgeoefend in strijd met de doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties.


    Artikel 30


    • Geen bepaling in deze Verklaring zal zodanig mogen worden uitgelegd, dat welke Staat, groep of persoon dan ook, daaraan enig recht kan ontlenen om iets te ondernemen of handelingen van welke aard ook te verrichten, die vernietiging van een van de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, ten doel hebben


    _________________
    THOMAS EVANGELIE: Wie het Al kent, maar niet zichzelf weet niets.
    ------ FilosofieKaffee ActieForum. -----
    avatar
    Mariakat
    Admin

    Universele islamitische verklaring van mensenrechten

    Bericht  Mariakat op 21.07.11 12:33

    Universele islamitische verklaring van mensenrechten

    Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

    De Universele Islamitische Verklaring van Mensenrechten werd op 19 september 1981 gepresenteerd door de Islamic Council of Europe op een congres over mensenrechten in de moslimwereld in Parijs. De Verklaring wordt voorafgegaan door het Koranvers Dit is een duidelijke verklaring voor de mensheid, een leiding en vermaning voor hen die zich God bewust zijn. (Soera Het Geslacht van Imraan 138)

    Inhoud

    [verbergen]


    • 1 Historie
    • 2 Tekst van de verklaring
    • 3 Bronnen
    • 4 Bronnen, noten en/of referenties
    • 5 Zie ook
    • 6 Externe links
    Historie


    De onvrede met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM), die in 1948 is opgesteld door de Verenigde Naties, was erin gelegen dat die verklaring zonder participatie van islamitische staten is opgesteld op een moment dat veel van die staten nog onder koloniaal bestuur of westers 'protectoraat' stonden, en die staten dus ook niet in de gelegenheid waren de UVRM te ondertekenen. Een mondiaal bindende verklaring met betrekking tot mensenrechten die door (voormalige) kolonisatoren was opgesteld, en ook voornamelijk vanuit een westers, seculier perspectief is geformuleerd, werd en wordt door veel niet-westerse landen niet als 'universeel' gezien, maar eerder als een soort 'mensenrechten-imperialisme' ervaren.
    De formulering van de Universele Islamitische Verklaring van Mensenrechten heeft de uiterlijke kenmerken van de UVRM, maar is inhoudelijk gemodelleerd naar de voorschriften van de Koran en de soenna van Mohammed. Een aantal vastgelegde verworvenheden in de UVRM komen ook in de Universele islamitische verklaring van mensenrechten voor. Zo worden ook de gelijkheid van mannen en vrouwen en de vrijheid van religie in de Verklaring vastgelegd[1].
    Deze Universele Islamitische Verklaring van Mensenrechten is overigens niet het enige document in de moslimwereld dat zich met mensenrechten bezig houdt. Al eerder, in 1979, werd door geleerden van de Islamic Research Academy of Cairo, een instituut dat gelieerd is aan de in de islamitische wereld gezaghebbende al-Azhar Universiteit, een Draft of the Islamic Constitution opgesteld, waarin ook mensenrechten aan de orde komen. Dit was een soennitisch antwoord op de (sjiitische) grondwet van Iran (1997) en moet eerder worden beschouwd als een academische exercitie zonder rechtskracht, wat voor de grondwet van Iran uiteraard anders is.
    Tenslotte is er de Caïro Declaration on Human Rights in Islam uit 1990, die is ondertekend door de ministers van Buitenlandse Zaken van de Organization of the Islamic Conference. De laatste twee artikelen 24 en 25 geven duidelijk aan dat alle artikelen in deze verklaring volledig ondergeschikt zijn aan de sharia[2].
    Tekst van de verklaring


    I. Recht op leven

    • Het menselijk leven is onschendbaar en mag geen geweld worden aangedaan. Alles zal in het werk worden gesteld om het te beschermen. In het bijzonder zal niemand worden blootgesteld aan verwondingen of worden gedood, tenzij bij de toepassing van de wet.
    • Net als gedurende het leven dient ook na de dood de integriteit of onschendbaarheid van het lichaam te worden gegarandeerd. Het is een taak van de moslimgemeenschap erop toe te zien dat het lichaam van een overledene met gepast respect wordt behandeld.

    II. Recht op vrijheid

    • De mens is vrij bij zijn geboorte. Op dit recht van vrijheid mag geen inbreuk worden gemaakt, tenzij bij toepassing van de wet.
    • Ieder individu - man of vrouw - heeft het onvervreemdbare recht op vrijheid in al zijn vormen - lichamelijk, cultureel, economisch en politiek - en is gerechtigd om met alle beschikbare middelen te strijden tegen iedere aantasting van dit recht; en ieder onderdrukt individu - man of vrouw - heeft een gerechtvaardigde claim op de steun van anderen in zijn of haar strijd.

    III. Recht op gelijkheid en het verbod op discriminatie

    • Recht op respect.
    • Alle mensen zijn gelijk voor de wet en hebben recht op gelijke mogelijkheden en bescherming door de wet.
    • Alle mensen hebben recht op gelijk loon voor gelijke prestatie.
    • Aan niemand - man of vrouw - kan het recht worden onthouden op werk.
    • Tegen niemand kan onderscheid worden gemaakt wegens religieuze overtuiging, kleur, ras, herkomst, geslacht of taal.

    IV. Recht op rechtvaardigheid

    • Iedereen heeft het recht om overeenkomstig de wet, en niet anders dan overeenkomstig de wet, te worden behandeld.
    • Iedereen heeft niet alleen het recht, maar zelfs de plicht te protesteren tegen onrecht; zijn of haar toevlucht te nemen tot de middelen die de wet biedt in geval van verlies of verwonding; het recht op zelfverdediging tegen klachten die tegen hem of haar worden ingebracht en een goede raadsman voor een onafhankelijke rechter of gerechtelijk tribunaal in ieder privaat- of publiekrechtelijke aangelegenheid.
    • Het is een recht en plicht voor eenieder om de rechten van anderen en de gemeenschap te verdedigen.
    • Niemand zal worden gediscrimineerd in publiek- en privaatrechtelijke zaken. Het is het recht en de plicht van iedere moslim om een opdracht te weigeren die strijdig is met de wet, ongeacht door wie de opdracht is gegeven.

    V. Recht op een eerlijk proces

    • Niemand zal schuldig bevonden worden aan een overtreding en worden onderworpen aan straf zolang zijn schuld niet is bewezen voor een onafhankelijke rechterlijke instelling.
    • Niemand wordt schuldig verklaard zonder rechtvaardig proces en zonder redelijke gelegenheid zich te verdedigen.
    • Straf wordt toegekend volgens de richtlijnen van de wet, in overeenstemming (proportioneel) met de overtreding en met inachtneming van de omstandigheden waaronder de misdaad plaatsvond.
    • Geen daad kan worden aangemerkt als overtreding, tenzij dit als zodanig is omschreven in de wet.
    • Iedereen is verantwoordelijk voor zijn of haar handelen. Verantwoording voor een misdaad kan niet worden uitgebreid tot andere leden van een familie of groep, zolang diegenen niet direct of indirect betrokken waren bij de bewuste misdaad.

    VI. Recht op bescherming tegen machtsmisbruik

    • Eenieder heeft recht op vrijwaring van hinder door officiële instanties. Men hoeft zich niet te verantwoorden, tenzij men in staat van beschuldiging wordt gesteld nadat men in een situatie is terechtgekomen waardoor redelijkerwijs verdenking van betrokkenheid bij een misdrijf is ontstaan.

    VII. Recht op bescherming tegen foltering en lichamelijk geweld

    • Niemand zal worden onderworpen aan geestelijke of lichamelijke foltering of bedreigd worden met verwondingen bij hem/haarzelf of verwanten en vrienden in het algemeen, of gedwongen worden de betrokkenheid bij een misdaad te bekennen, of gedwongen worden deel te nemen aan een handeling die zijn of haar belangen schaadt.
    • Elke vorm van eigenrichting, ook die van bloed- en eerwraak, is een buitenislamitisch gebruik.

    VIII. Recht op bescherming van eer en goede naam

    • Eenieder heeft het recht zijn of haar eer en goede naam te verdedigen tegen aantijgingen, ongefundeerde aanklachten of opzettelijke pogingen tot smaad en afpersing.

    IX. Recht op asiel

    • Ieder vervolgd en onderdrukt persoon heeft het recht op toevlucht en asiel. Dit recht is eenieder gegarandeerd ongeacht ras, religie, kleur of geslacht.
    • De Heilige Moskee in Mekka is een heiligdom en een vrijplaats voor alle moslims.

    X. Rechten van minderheden

    • Het uitgangspunt van de Koran "Er is geen dwang in religie" zal bepalend zijn ten aanzien van de religieuze rechten van niet-moslimminderheden.
    • In een 'moslimland' hebben religieuze minderheden de keus tussen de islamitische wetten en hun eigen wetgeving bij kwesties van burgerlijke en persoonlijke aard.

    XI. Rechten en plichten tot goed gedrag en goed beheer ten aanzien van openbare aangelegenheden

    • Binnen het kader van de wet is ieder individu van de gemeenschap (oemma) gerechtigd een publiek ambt te vervullen.
    • Het proces van vrije beraadslaging (sjoera) is de basis van de besturende relatie tussen regering en volk. Het volk heeft ook het recht zijn leiders te kiezen en te ontslaan.

    XII. Recht op vrijheid van levensovertuiging, ideeën en meningsuiting

    • Eenieder heeft het recht om uiting te geven aan zijn gedachten en opvattingen zolang hij binnen de normen van de wet blijft. Niemand heeft echter het recht om onwaarheden te verspreiden of rapporten te verspreiden die ingaan tegen het openbaar fatsoen, of mee te werken aan smaad en het belasteren van personen.
    • Het nastreven van kennis, het zoeken naar waarheid is niet alleen een recht van, maar zelfs een plicht voor iedere moslim, man of vrouw.
    • Het is zowel recht als plicht voor iedere moslim om te protesteren en - binnen de grenzen van de wet - te strijden tegen onderdrukking, zelfs als dit betekent dat de hoogste autoriteiten van de staat ter verantwoording moeten worden geroepen.


    • Het verspreiden van informatie zal niet worden belemmerd, vooropgesteld dat dit de veiligheid van de samenleving of de staat niet bedreigd en niet strijdig is met de uitgangspunten van de wet.
    • Niemand zal zich op neerbuigende wijze opstellen tegenover de religieuze overtuiging van minderheden of zich er publiekelijk vijandig over uitlaten; respect voor de religieuze gevoelens van minderheden is een verplichting voor moslims.

    XIII. Recht op vrijheid van godsdienst

    • Een ieder is gerechtigd tot vrijheid van geweten en beleving van godsdienstige opvattingen.

    XIV. Recht op vrijheid van vereniging en politieke deelname

    • Eenieder mag deelnemen - individueel of per groep - aan het religieuze, sociale, politieke en culturele leven van zijn gemeenschap en instanties oprichten die het goede (ma`roef) nastreven en het slechte (moenkar) bestrijden.
    • Eenieder kan zijn recht doen gelden op het instellen van instanties die de naleving van deze rechten bevorderen. De gehele gemeenschap is verantwoordelijk voor het scheppen van omstandigheden waarin alle leden van de gemeenschap hun persoonlijkheid volledig kunnen ontwikkelen.

    XV. Rechten voortvloeiend uit de economische orde

    • Eenieder heeft binnen zijn of haar economische situatie recht op alle voordelen van de natuur en haar hulpbronnen. Dit zijn zegeningen van God voor de gehele mensheid.
    • Ieder mens is gerechtigd te voorzien in zijn bestaansonderhoud binnen het kader van de wet.
    • Iedereen heeft recht op eigendommen, privé of collectief. Staatseigendom van bepaalde economische bronnen en hulpmiddelen in het algemeen belang is legitiem.
    • De armen hebben recht op een vast deel van het bezit van de rijken, zoals bepaald in de zakat, geheven en geïnd volgens de wet.
    • Alle productiemiddelen zullen worden benut in het belang van de gehele gemeenschap (oemma) en mogen niet worden misbruikt of verwaarloosd.
    • Om de ontwikkeling van een evenwichtige economie te bevorderen en om een gemeenschap te vrijwaren van uitbuiting, verbiedt de islam monopolies, onredelijke handelsbeperkingen, woeker, dwang bij het afsluiten van contracten en misleidende advertenties.
    • Alle economische activiteiten zijn toegestaan zolang ze niet strijdig zijn met de belangen van de gemeenschap (oemma) en geen geweld doen aan islamitische wetten en waarden.

    XVI. Recht op bescherming van eigendom

    • Geen eigendom mag worden vervreemd, tenzij dit gebeurt in het belang van de samenleving, waarbij rechtvaardige en toereikende genoegdoening wordt gegeven.

    XVII. Rechten van de arbeider

    • De positie en waardigheid van werkenden wordt door de islam gegarandeerd. Hij eerbiedigt arbeid en de werkenden. En laat de moslims niet alleen de werkenden rechtvaardig behandelen, maar ook royaal en tijdig belonen. Men heeft niet alleen recht op prompte betaling van loon, maar ook op rust en ontspanning.

    XVIII. Recht op sociale zekerheid

    • Eenieder heeft recht op voeding, onderdak, kleding, opleiding en medische verzorging binnen het bereik van de middelen van de gemeenschap. Deze verplichting voor de gemeenschap geldt in het bijzonder ten aanzien van alle personen die niet voor zichzelf kunnen zorgen als gevolg van een tijdelijke of blijvende handicap, of het bereiken van hoge ouderdom.

    XIX. Recht op familie

    • Eenieder mag een huwelijk aangaan, een gezin stichten en kinderen grootbrengen overeenkomstig zijn religie, tradities en cultuur. Iedere echtgeno(o)t(e) kan rechten doen gelden op deze voorrechten en voert bovendien de verplichtingen uit die de wet hem of haar oplegt.
    • Iedere partner in een huwelijk heeft recht op respect en zorg van de ander.
    • Iedere echtgenoot is gebonden zijn vrouw en kinderen te onderhouden in overeenstemming met zijn middelen.
    • Ieder kind heeft recht op onderhoud en opvoeding door zijn ouders, waarbij het verboden is een kind op jonge leeftijd te laten werken of hem op enige andere wijze zodanig te belasten dat zijn natuurlijke ontwikkeling wordt geschaad.
    • Elk kind heeft het recht op te groeien in een vredige en veilige omgeving om deel te kunnen nemen aan 'het goede leven'.
    • Opgroeien in een beschermende en beschermde omgeving houdt tevens in: recht op een veilige verblijfplaats, bescherming van persoonlijke bezittingen, bescherming van afspraken en overeenkomsten, het recht op vrije beweging en sociale en wettelijke autonomie.
    • Moederschap dient door de familie en de gemeenschap (oemma) tegemoet getreden te worden met extra respect en ondersteuning.
    • Binnen het gezin zullen man en vrouw hun aandeel in de verplichtingen en de verantwoordelijkheid delen, overeenkomstig hun geslacht, natuurlijk talent en interesses, met inachtneming van hun gezamenlijke verantwoording voor hun nageslacht en verwanten.
    • Niemand zal worden uitgehuwelijkt tegen zijn of haar wil, of zijn of haar persoonlijke rechten zien aangetast door een huwelijk.

    XX. Rechten van gehuwde vrouwen

    • Iedere gehuwde vrouw heeft het recht om in het huis van haar echtgenoot te leven.
    • Iedere gehuwde vrouw heeft het recht op de noodzakelijke middelen om een levensstandaard op te houden die niet minder is dan die van haar partner.
    • Iedere gehuwde vrouw heeft, in geval van echtscheiding, recht op ondersteuning in overeenstemming met de middelen van de echtgenoot, gedurende de periode van de `idda - een wachtperiode van drie maanden en tien dagen, voor haarzelf en voor haar kinderen, ongeacht haar eigen financiële positie, verdiensten of eigendom waar ze haar recht op kan laten gelden.
    • Iedere gehuwde vrouw heeft het recht om ontbinding van het huwelijk (choel`) te zoeken en te krijgen overeenkomstig de wet. Dit recht vormt een aanvulling op het recht op echtscheiding, uit te spreken door de rechter.
    • Iedere gehuwde vrouw heeft het recht om te erven van haar man, haar ouders, kinderen en andere verwanten, overeenkomstig de wet.
    • Iedere gehuwde vrouw heeft na scheiding het recht op strikte vertrouwelijkheid van haar partner ten aanzien van informatie die hij van haar heeft verkregen en die, indien openbaar gemaakt, schadelijk zou zijn voor haar belangen. Eenzelfde verantwoordelijkheid geldt voor de vrouw ten aanzien van haar echtgenoot.

    XXI. Recht op onderwijs

    • Eenieder heeft recht op onderwijs in overeenstemming met zijn of haar natuurlijke vaardigheden.
    • Eenieder heeft recht op vrije beroepskeuze, loopbaan en op volledige ontwikkeling van zijn of haar natuurlijke talent.

    XXII. Recht op privacy

    • Eenieder heeft recht op bescherming van zijn of haar privacy.

    XXIII. Recht op vrijheid van verplaatsen en verblijven

    • Uitgaande van de veronderstelling dat de moslimwereld een werkelijk moslimgemenebest (oemma) zou zijn, heeft iedere moslim recht op vrije beweging tussen de moslimlanden.
    • Niemand zal worden gedwongen zijn land van vestiging te verlaten of daaruit tegen zijn wil te worden gedeporteerd, zolang dit niet voortvloeit uit toepassing van de wet.

    XXIV. Ondergeschiktheid bepalingen van deze Verklaring

    • Alle rechten en vrijheden genoemd in deze Verklaring zijn ondergeschikt aan de islamitische sharia.

    XXV. Referentiebron van deze Verklaring

    • De islamitische sharia is de enige referentiebron ter uitleg en verduidelijking van alle artikelen van deze Verklaring.

    Bronnen



    • Abdulwahid van Bommel e.a.: Islam en de rechten van vrouwen, Utrecht/Amsterdam, 2006, ISBN 90-5460-125-6
    • Valentijn de Boe: "Islam en mensenrechten: rechtsvergelijkende invalshoeken", in: Jura Falconis nr. 3, 2003-2004



    Bronnen, noten en/of referenties



    Bronnen, noten en/of referenties:

    1. Universal Islamic Declaration of Human Rights, 19 september 1981, IIIc, X, XII, XIII, XIX
    2. ↑ Cairo Declaration on Human Rights in Islam,Aug. 5, 1990, U.N. GAOR, World Conf. on Hum. Rts., 4th Sess., Agenda Item 5, U.N. Doc. A/CONF.157/PC/62/Add.18 (1993)



    Zie ook


    Istanbul Protocol
    Externe links



    • Cairo Declaration on Human Rights in Islam
    • Constitution of Iran
    • Universal Islamic Declaration of Human Rights


    _________________
    THOMAS EVANGELIE: Wie het Al kent, maar niet zichzelf weet niets.
    ------ FilosofieKaffee ActieForum. -----
    avatar
    Caspar

    Mensenrechten

    Bericht  Caspar op 21.07.11 18:21

    De mensenrechten zitten gevangen onder de paraplu van het islamitisch recht:

    Universal Islamic Declaration of Human Rights
    21 Dhul Qaidah 1401 19 September 1981

    Therefore we, as Muslims, who believe
    ...........
    g) in our obligation to establish an Islamic order:
    ...i)wherein all human beings shall be equal and none shall enjoy a privilege or
    .....suffer a disadvantage or discrimination by reason of race, colour, sex, origin
    .....or language;
    ---------------------------
    g) in onze verplichting om een islamitische orde te vestigen:
    ...i)waarin alle mensen gelijk zijn en niemand een voorrecht zal genieten of
    .....lijden onder een nadeel of discriminatie op grond van ras,huidskleur,geslacht,
    .....afkomst of taal;

    NB: Hier dus geen verwijzing naar religie.
    --------------------------------------
    Maar wat de UNIVERSELE VERKLARING VAN DE RECHTEN VAN DE MENS
    van 10 december 1948 betreft :
    Artikel 18 :
    Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst;dit recht
    omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede
    de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn
    particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen
    ervan, door de praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de
    geboden en voorschriften.


    Dit artikel wordt in W-Europa ook niet serieus genomen.

    Gesponsorde inhoud

    Re: Universele verklaring van de rechten van de mens

    Bericht  Gesponsorde inhoud


      Het is nu 29.04.17 5:30