Filosofie Kaffee

Lezen is vrij.
Wil je meedoen, wordt dan lid door je te registreren.
Je ontvangt dan een activerings mail.
Je bent volledig lid, als je je lidmaatschap hebt geactiveerd en kunt schrijven als je ingelogd bent.

Gedachtenwisseling over alles wat verwondert.


    Wat is normaal ?

    Deel

    marmot

    Wat is normaal ?

    Bericht  marmot op 14.04.16 16:02

    Wat is een normale persoonlijkheid of normaal gedrag?
    NIEUW!!:   een persoonlijkheidsvragenlijst voor privé-gebruik!
    Klik hier voor het Setup-bestand van de PCQ-180
    Hier is al veel over geschreven, ook op Internet. Maar ik heb nog nergens een uitgebreid model over de normale persoonlijkheid kunnen vinden die voor veel ‘gewone’ mensen herkenbaar en behulpzaam is. Bovendien zie je vaak geen verbanden die gelegd worden met de hersenen of hersenletsel. Daarom wilde ik graag een poging wagen om een uitgebreid model over de ‘normale’ persoonlijkheid te schetsen. Een model waar zowel gewone mensen als ook hulpverleners iets aan kunnen hebben. Een model dat ook zoveel mogelijk wetenschappelijk onderbouwd is. Natuurlijk heb ik niet de waarheid in pacht. En natuurlijk zal een deel van mijn verhaal wat meer speculatief zijn, omdat er ook nog veel niet bewezen of onbekend is in de wetenschap. Toch is er ook al veel wél bekend over een normale persoonlijkheid en normaal gedrag. En het is de moeite waard dit voor zoveel mogelijk mensen zo helder mogelijk uit te leggen.

    Het model is gebaseerd op alle kennis die ik ooit gelezen heb, in boeken en wetenschappelijke literatuur. Maar…het is ook gebaseerd op de feedback die ik heb gekregen van honderden patiënten die ik ooit behandeld of begeleid heb als GZ-psycholoog en neuropsycholoog. Immers, een model kun je gedeeltelijk toetsen door voorspellingen die het doet in de praktijk te controleren. Dat heb ik met deze patiënten kunnen doen. Daarom weet ik dat dit model over normale persoonlijkheid zeer bruikbaar kan zijn in de klinische praktijk, bij het begeleiden van patiënten die hun eigen emoties en gedachten willen leren in balans te brengen. Ik hoop dan ook dat lezers iets aan dit model zullen hebben voor hun eigen persoonlijke groei en ontwikkeling. Bovendien hoop ik daarmee ook te bereiken dat de wereld er iets beter van wordt. Hoe dat werkt zal geleidelijk tijdens het lezen wel duidelijker worden.

    Allereerst de vraag wat normaal letterlijk betekent: “voldoen aan de norm”. De norm is dan een gemiddelde en dus onderhevig aan een bepaalde tijd en een bepaalde cultuur. In bepaalde culturen is het volstrekt normaal en geaccepteerd dat men bij een begrafenis volledig hysterisch wordt en daarmee eigen gevoelens duidelijk uit. Iedereen kent wel die scènes op het journaal van rouwende Arabische mensen (meestal vrouwen) die zeer dramatisch hun verdriet eruit schreeuwen. In onze cultuur wordt dat veel minder gewaardeerd of zelfs geaccepteerd. Hier wordt zulk gedrag al snel gezien als ‘abnormaal’. Tegelijkertijd wordt het uit je dak gaan bij het disco-dansen op een goed nummer in het Westen redelijk geaccepteerd, in China of Japan weer veel minder. Iedereen denkt dan al snel dat je niet spoort of drugs gebruikt hebt.

    Ten tweede, ik wil binnen het normale persoonlijkheid model dat ik hier ga schetsen niet té afhankelijk worden van dergelijke nogal subjectieve, cultuur- en groeps-bepaalde normen. Het persoonlijkheid-model dat ik wil schetsen zal veel meer uitgaan van meer universele eigenschappen van een mens. Het zal veel meer gebaseerd zijn op iets wat ieder mens heeft:hersenen. Dát zal dan ook het gemeenschappelijke element zijn van het normale persoonlijkheid-model, net zoals ieder mens bloed heeft en 1 hart. Juist door het benadrukken van zaken die wij als soort gemeenschappelijk hebben wil ik voorkómen dat subjectieve normen en waarden in de discussie een rol gaan spelen. En dan denk ik dat het toch mogelijk is om 1 universeel persoonlijkheid-model te schetsen, voor álle mensen geldend. Of het nu om een moslim, protestant, Amerikaan of Chinees gaat.

    Ten derde, ik wil het persoonlijkheid-model zeer duidelijk relateren, verbinden met ethiek. Hoe zo ethiek? Ethiek is de leer van hoe we met elkaar zouden moeten omgaan. Waarden en normen. Dat ik persoonlijkheid wil koppelen aan ethische normen en waarden is in principe heel riskant, omdat iedereen zo zijn eigen meningen en waarden en normen heeft. Ik riskeer hiermee al heel gauw dat ik mensen tegen mij of mijn model krijg. Maar dat risico moet ik dan maar nemen. Niet omdat ik zo ‘moedig’ of ‘heldhaftig’ ben. Maar vooral omdat ik werkelijk denk dat een normale persoonlijkheid een directe relatie heeft met het geweten, met ethiek. En…net zoals ik denk dat een normale persoonlijkheid universeel binnen onze soort bestaat (sterker nog, ook bij hogere diersoorten), zo denk ik ook dat er één universele ethiek bestaat, die geldig is voor álle mensen, over alle verschillende culturen en geloven heen. Dat denk ik niet alleen, er zijn ook bewijzen voor te vinden.

    Op een andere pagina over emoties, stress en hersenletsel, heb ik al een en ander uitgelegd over onze basis-emoties en onze cognities of gedachten. Ik wil dat hier herhalen maar er nog veel dieper op in gaan. Ook wil ik ingaan op hoe psychologen en/of psychiaters of andere hulpverleners via gesprekstherapie of psychotherapie iemand met emotionele problemen of problemen in de persoonlijkheid zouden kunnen helpen. Zodat dat duidelijk wordt voor familieleden, partners, vrienden of kennissen van mensen die problemen hebben met hun eigen emoties.

    Een normale persoonlijkheid of normaal gedrag: de basis
    Een paar fundamentele assumpties (=aannames) wil ik hier wel eerst noemen als ik het heb over normale persoonlijkheid. Ik ga er vanuit dat we als mensen allemaal gemeenschappelijke eigenschappen hebben. Juist omdat we allemaal soortgelijke hersenen hebben. Dat is niet alleen een aanname, daar zijn ook aardig wat bewijzen voor te vinden. Ten tweede, ga ik er vanuit dat álles wat we doen en laten geregeld wordt door onze hersenen (zoals Dick Swaab schrijft: “we zijn ons brein”). Ten derde, ga ik er vanuit dat alles in de natuur eigenlijk heel simpel werkt en dat alles dus simpelweg te verklaren valt.

    Normale hersenen zorgen ervoor dat we een fundamenteel emotioneel geheugen hebben tussen onze 0e en 3e levensjaar. We onthouden (niet bewust) allerlei onbewuste zaken zoals onze basis-emoties als angst, verdriet en woede. Maar ook delen van ons (motorisch) gedrag. Daardoor leren we al relatief snel rechtop lopen, hoe we dingen kunnen vasthouden en hoe we kunnen eten met onze handen en mond. Hersenonderdelen zoals de kleine hersenen, de basale kernen, de amygdala, de hypofyse, de hypothalamus zijn dan al aardig ver ontwikkeld (deze ontwikkeling gaat feitelijk altijd door maar is voor het grootste deel al wel gevormd tegen het 3e jaar aan). Pas rond onze 3e jaar wordt de hippocampus voor het grootste deel volgroeid en functioneert het goed. Eigenlijk dán pas kunnen we ons ook meer bewuste zaken gaan herinneren en opslaan. Hoewel ik niet zeker weet of dit vooral te maken heeft met de ‘volwassen’ wording van de hippocampus of het volwassen worden van ons zelf-bewustzijn. Waarschijnlijk hebben beide met elkaar te maken in die zin dat een goed functionerende hippocampus essentieel is voor het volgroeien van ons zelf-bewustzijn. Hierover heeft Damasio hele interessante zaken beschreven in zijn twee boeken Ik voel dus ik ben en Het zelf wordt zich bewust. Twee zeer aan te raden boeken, maar…moeilijk leesvoer!

    Onze persoonlijkheid bestaat uit grofweg 3 fundamentele bouwstenen: 
    1. onze basis-emoties: angst, verdriet, woede en vreugde. Hieronder reken ik ook onze zogenaamde driften of lusten.
    2. onze gedachten, ideeën, voorstellingen, vooral in taal uitgedrukt maar ook in beelden.
    3. ons gedrag: al het uiterlijk waarneembare gedrag.

    Om het simpel te houden: driften of lusten zijn niets anders dan basis-emoties die altijd terug te herleiden zijn naar angst, verdriet, woede of vreugde. Sex of erotische lust is biologisch gezien onderdeel van vreugde, met alle lichamelijke uitingsvormen die erbij horen. Direct daaraan gekoppeld (basisemoties staan niet los van elkaar in ons biodynamische brein) is de basis-emotie Woede (of ook wel Agressie). Dat wetenschappers recentelijk vaststelden dat Sexualiteit en Agressie in ons brein nauw samenhangen is totaal niet nieuw: deze relatie is al bekend sinds mensen konden denken en (later) schrijven. Wat wellicht nieuw is, is dat we het nu in het brein kunnen aantonen. Maar iedereen die de natuur bestudeert en meer specifiek het paargedrag van hogere zoogdieren, kan al zien dat sex altijd samengaat met agressieve elementen en dat agressie en blijdschap hand in hand (kunnen) gaan.

    Onze normale persoonlijkheid is opgebouwd uit onze zintuigelijke ervaringen en onze basis-emoties, en uiteindelijk uit onze gedachten. In een uiterst uitgebreid netwerk van gedachten (beelden of woorden), emoties en gedragingen wordt onze normale persoonlijkheid vormgegeven. In de eerste levensjaren zie je dit al terug in hoe het gedrag van een kind is. We zeggen dan bijvoorbeeld al gauw: “goh, wat een temperamentvolle zoon heb jij zeg!” Of “Jeetje, wat heb jij een lieve en rustige dochter!” Juist omdat deze jonge peuters nog niet zoveel woorden kennen, komen hun persoonlijkheids-eigenschappen vooral naar voren in hun gedrag en emoties. Het emotionele brein is er namelijk al vanaf het 0e jaar. En emotionele uitbarstingen, hoe mild of intens ook, zien we dan als ‘temperament’. Maar het zijn in feite niets anders dan onze basis-emoties. En deze worden in de hersenen, in het emotionele of zogenaamde limbische brein bepaald. Limbisch staat voor enkele verschillende hersenstructuren zoals vooral de amygdala, hypothalamus en hypofyse (autonome of vegetatieve zenuwstelsel dat onder meer onze hormonen regelt), gyrus cingularis, hippocampus (geheugen), en de orbitofrontale cortex (diep-voorste deel van onze hersenen). Niet alle delen zijn op zo’n jonge peuterleeftijd volgroeid, zoals eerder gezegd. Met name de groei van de hippocampus, gyrus angularis en orbitofrontale cortex gaat nog jaren door. Voor een schematisch overzicht van deze uitleg zie Figuur 1 Normale Persoonlijkheid hieronder.


    Het Zelf-beeld is het deel van onze normale persoonlijkheid dat vooral gevormd wordt door gedachten, beelden over ons zelf. De eerste 2 levensjaren is deze vooral in nonverbale ideeën gevormd omdat onze woordenschat nog erg gering is. Maar bijvoorbeeld een idee als “ik kan slaan” is al op 1.5 jarige leeftijd in dit zelf-beeld aanwezig. Immers, dat heeft de peuter al ervaren. Overigens, dit idee “ik kan slaan” wordt niet heel bewust aangeleerd op zo’n jonge leeftijd. Dat kan ook niet omdat gedachten of ideeën dan nog niet volledig met behulp van woorden worden opgeslagen. Naarmate de woordenschat toeneemt worden gedachten wel degelijk meer en meer gecodeerd (= opgeslagen) in het LangeTermijnGeheugen (LTG) door middel van taal (in woorden). Het Zelf-beeld (ook wel Zelf of Ego genoemd) wordt gedurende de opvoeding steeds uitgebreider en daardoor ook complexer. In Figuur 2 Zelf-beeld hieronder heb ik geprobeerd een schematische voorstelling te maken van hoe een Zelf (-beeld) zich ontwikkelt en waar het vooral uit bestaat. Ik heb het expres zo eenvoudig mogelijk weergegeven en allerlei complexere details weggelaten. Maar dat heb ik ook gedaan om te benadrukken dat ons Zelf-beeld, dat wat wij ons Zelf noemen, opgebouwd is uit meerdere elementen: onze ervaringen met ons gedrag en de gevolgen ervan, onze emoties en onze gedachten of de officiële term concepten. Om het te vereenvoudigen zijn er modellen die er vanuit gaan dat ons Zelfbeeld bestaat uit 3 grote lagen: 1. een laag met Kern-gedachten altijd gekenmerkt door een “Ik-gedachte”, b.v. Ik ben slim; 2. eenregels en voorspellingen laag; en 3. een laag met automatische gedachten. Zie ook Figuur 2 hieronder.


    In Figuur 2 heb ik ook geprobeerd weer te geven dat de hoeveelheid concepten (=gedachten, beelden, ervaringen) steeds groter wordt naarmate het geheugen steeds meer opslaat. Ook neemt het logisch redeneren en denken toe zodat er ook steeds meer verbindingen met gedachten (associaties) gemaakt worden. Dat maakt het ook mogelijk steeds meer foutieve redeneringen te ontwikkelen, die ik hier even plastisch aanduid als kronkels.

    Daarnaast heb ik ook geprobeerd aan te geven dat bij iedere gedachte een emotie met een bepaalde intensiteit hoort. Soms zijn aan 1 gedachte zelfs 2 of 3 basisemoties gekoppeld, wisselend in intensiteit. Zo kan aan het beeld Hitler een basisemotie als Woede gekoppeld zijn, maar ook Verdriet en Angst en…bij sommigen ook Blijdschap (helaas).

    Ik hoop met Figuur 2 een beetje duidelijk gemaakt te hebben dat onze hersenen (ons Lange Termijn Geheugen) een gigantische database is van allerlei beelden, gedachten, emoties die als een uiterst complex en groot associatief netwerk kan worden omschreven. De verbindingen tussen de concepten wordt niet alleen bepaald door onze leerervaringen maar vermoedelijk ook (of vooral) door onze emoties. Het zijn vermoedelijk met name onze emoties die in netwerkmodellen onzegewichten zijn.

    Wat ik nog niet verteld heb is dat de nieuwste theorieën over de werking van onze hersenen er vanuit gaan dat de hersenen vooral gemaakt zijn om onze overleving te garanderen. Dat doen zij vooral door hun omgeving te voorspellen. Hoe beter zij dit namelijk kunnen, hoe groter de kans op overleving. Voorspellen kun je ook iets anders uitleggen, namelijk: als het behouden van controle. Een fundamentele eigenschap van de hersenen, van ons mensen maar ook van de meeste diersoorten is het behouden en hebben van Controle over onszelf, de ander en de wereld om ons heen. Door controle voelen we ons rustiger, zijn we vanzelfsprekend minder angstig. Dat deze controle echter maar heel relatief is en vooral in onze hersenen lijkt te bestaan, doet er niet zoveel toe. Zolang de hersenen maar denken dat zij alles onder controle hebben, is de angst gering en kunnen allerlei spontane acties uitgevoerd worden. Op dit fundamentele aspect van onze hersenen, van onze normale persoonlijkheid, kom ik nog uitgebreider terug.

    Het ZELF-beeld en het Big Five persoonlijkheid model
    Het is belangrijk te beseffen hoe ons ZELF-beeld er vermoedelijk uit ziet. Vermoedelijk, omdat de psychologie hier gebruik maakt van een MODEL van de normale persoonlijkheid. Net zoals de natuurkunde dat doet met een model van onze werkelijkheid. Dit model kan getoetst worden en hoe meer bewijzen er via onderzoeken komen voor dit model, hoe overtuigder wij kunnen raken van het model. Maar het is en blijft een model, het is niet dé werkelijkheid.

    Zo ook is een veelgebruikt persoonlijkheidsmodel het model van de Big Five. Een zeer interessant model omdat het veel onderzoek achter zich heeft staan. Het is dus niet zo maar een fantasie. Ik wil aan de hand van dit Big Five Model verder uitleggen wat het ZELF-beeld in houdt.
    Op Wikipedia kun je lezen hoe het Big Five model tot stand is gekomen. Eerlijk gezegd ben ik er niet van onder de indruk. Het is vooral een statistisch spelletje geweest op basis van hoe andere mensen elkaar beoordeelden. Toen bleek dat er statistisch gezien steeds 5 factoren te halen waren uit al die beschrijvingen van elkaars normale persoonlijkheid, heeft men gedacht deze 5 dimensies maar vast te houden. Op deze manier een persoonlijkheidsmodel opstellen vind ik persoonlijk nogal zwak, er steekt helemaal geen theorie achter. Echter, daarná ging men verder onderzoek doen en wat bleek? De 5 dimensies komen vaak wel terug, niet alleen in eerdere modellen maar ook in onderzoek. Onderzoek kon dus bevestigen dat deze dimensies bij ieder mens vóórkomen. Omdat je nu eenmaal van bepaalde grondbeginselen moet uitgaan bij een persoonlijkheidsmodel én ik in sterke mate voorstander ben van eenvoud, wil ik vooralsnog het Big Five model ondersteunen. Ik erken echter de bezwaren die ook in Wikipedia genoemd worden: er zitten sterke sociale of morele wenselijkheden in enkele dimensies, en verschillende auteurs geven andere namen aan de dimensies en zijn het ook niet helemaal met elkaar eens over de dimensies. Maar…juist omdat het een universeel menselijk persoonlijkheidsmodel wil zijn, is de Big Five zo abstract en algemeen in terminologie. En vooral omdat de dimensies terugkomen in allerlei onderzoeken, uit verschillende culturen, denk ik dat er toch enkele universele persoonlijkheidstrekken zijn gevonden.
    Deze 5 basis persoonlijkheidsdimensies worden hieronder aangeduid in een continuüm omdat dat meer de werkelijkheid aangeeft. Iedere eigenschap kan namelijk meer of minder in iemand aanwezig zijn. De 5 dimensies blijken eenvoudig te onthouden via het engelse acroniem: OCEAN: Openness, Conscientiousness, Extraversion, Agreeableness en Neuroticism. Eens kijken of ik deze 5 dimensies in de neuropsychologie kan terugvinden, als fundamentele hersen-eigenschappen.
    Openness of in het Nederlands Openheid staat voor Openheid voor ervaringen, ook wel gelijkgesteld aan Intellect of Creativiteit. In Wikipedia is dit de dimensie Behoudend tegenover Vernieuwend. Het betreft de eigenschap dat je open staat voor nieuwe zaken, erg onderzoekend bent, houdt van avontuur, hoge fantasie hebt en hoge creativiteit. Hoe meer ik dit lees, hoe meer Open ik ben . Met de betekenis Intellect kan ik niet zoveel, neuropsychologisch gezien. Daarvoor is deze term veel te breed en vaag. Met de term Creativiteit kan ik al wat meer omdat hieraan fantasie is verbonden. Ook kan ik zeker wat met de woorden Vernieuwend en Behoudend. Binnen de neuropsychologie namelijk zijn er tests gemaakt om deze Creativiteit, Vernieuwende gedachten en Mentale flexibiliteit te testen: het zijn juist de executieve tests die dit trachten te meten. Het betreft hier namelijk vooral de Executieve functies, die inderdaad door nogal wat auteurs en wetenschappers als hoofdonderdeel worden gezien van ons Intellectueel vermogen.

    Juist omdat dit binnen de neuropsychologie al zo vaak is onderzocht kan ik deze persoonlijkheidseigenschap, die in meer of mindere mate aanwezig is, dus op een continuüm ligt, heel goed accepteren.

    Conscientiousness of Conscientieus is een al wat lastiger woord. Het betreft hier vooral Zelfcontrole, de behoefte om zichzelf en de omgeving te willen controleren. Deze mensen zijn vaak ordelijk, gedisciplineerd en werken planmatig. Dit geldt niet alleen voor hun werkzaamheden maar ook voor hun sociale interacties: zij zijn graag duidelijke afspraken willen maken en zich hier strak aan houden. Het begrip Conscientieus zegt hier ook iets over hun geweten, ze zijn namelijk erg gewetensvol, houden van een heldere moraal (=stelsel van regels, waarden, normen). Binnen de neuropsychologie kan ik met het begrip geweten niet zo veel. Ik kan wel veel meer met het begrip Discipline, Zelfcontrole en met name met Planmatig denken en handelen. Want ook dit wordt al heel lang binnen de neuropsychologie als onderzoeksobject gezien. Ook dit is een onderdeel van de executieve functies. In hoeverre werkt iemand ordelijk, planmatig, secuur, gedisciplineerd? Ik begrijp dat het begrip Zelfcontrole hier ook wordt genoemd want het is natuurlijk een vorm van controle over je eigen handelen en denken. En het is een fundamentele eigenschap van ieder dier of mens. Het verliezen namelijk van iedere vorm van controle over jezelf of je omgeving kan levensbedreigend zijn. De evolutie heeft ons niet voor niets zelfcontrole-mogelijkheden gegeven.

    Extraversion of Extraversie staat tegenover Introversie. Deze dimensie geeft aan in hoeverre iemand naar buiten of naar binnen gericht is. Extraverten zoeken veel meer andere mensen op, zoeken energie of prikkels buiten zichzelf op, terwijl introverten vaak genoeg hebben aan zichzelf en een rustige omgeving. Binnen de neurowetenschappen weet men nu dat mensen inderdaad verschillen in prikkelgerichtheid en gevoeligheid voor prikkels. Introverten zijn bijvoorbeeld gevoeliger voor veel prikkels tegelijkertijd, zullen zich daarom ook sneller overbelast voelen in een drukke omgeving. Hun zogenaamd ‘arousal-niveau’ is hoger en er is dan weinig voor nodig deze te hoog te maken. 

    Agreeableness of Meegaandheid heeft alles te maken met Vertrouwen. Mensen die dit in hoge mate hebben zullen snel van vertrouwen zijn en gemakkelijk meegaan met de meerderheid. Mensen die, zoals ik, niet snel zo maar iets vertrouwen, zullen minder snel meegaand zijn, eerder de kat uit de boom kijken en eigen besluiten nemen. In de verdere uitleg wordt ook wel het begrip Vriendelijkheid genoemd, meer de sociale kant van meegaandheid benadrukkend. Meegaandheid vind ik overigens ook een twijfelachtig woord. Hoe dan ook, het betreft hier vooral het sociale aspect van mee willen gaan met de mening van anderen. In de neuropsychologie weet ik dit niet goed te plaatsen, het wordt er eigenlijk niet zo onderzocht. Maar met het begrip Angst of Wantrouwen kan ik ietsje meer. Alhoewel dit niet neuropsychologisch in tests terugkomt. Maar in neuropsychologisch onderzoek zie je altijd wel mensen die meer of minder wantrouwend zijn. Bij bepaalde typen hersenbeschadiging is dit wantrouwen echt afwijkend, maar eerlijk gezegd zie ik dit niet zo vaak (behalve bij dementiële beelden). 

    Neuroticism of Neuroticisme, een begrip waar ik een hekel aan heb omdat het veel te abstract is. Gelukkig wordt in de uitleg een veel helderder begrip genoemd: Emotionele stabiliteit en daar kan ik veel meer mee. Ook met begrippen als Rust of Onrust kan ik meer omdat het precies uitdrukt waar het hier om gaat. In stressvolle situaties reageert de ene mens namelijk altijd erg rustig, minder emotioneel, en houdt hij zich goed in bedwang, onder controle. De andere kant is de instabiele kant, daar waar iemand vrijwel direct hysterisch gaat gillen en zichzelf niet meer onder controle heeft. Binnen de neuropsychologie zie je deze emotionele instabiliteit ook terug, bij bepaalde typen frontale schade is er bijvoorbeeld vooral vlakheid, een emotionele stabiliteit die extreem is (alle emoties lijken uitgeschakeld).

    Samengevat: met alle 5 dimensies of hoofdfactoren in de normale persoonlijkheid kan ik goed leven. Ze komen ontegenzeggelijk bij alle mensen over alle culturen heen voor. Wellicht dat er nog wel meer fundamentele eigenschappen zijn binnen de menselijke persoonlijkheid maar nogmaals, ik houd van eenvoud. Bijvoorbeeld, Raymond Cattell begint direct met 16 factoren en dat lijkt me rijkelijk teveel. Al deze 16 factoren zijn trouwens terug te voeren op de 5 van de Big Five theorie.
    Als we nu eens aannemen dat het Big Five Persoonlijkheidsmodel klopt. Hoe is dit dan gekoppeld aan het Zelfbeeld, de Regels en Voorspellingen en de Automatische gedachten van iemand? Hiervoor moet je eerst weten dat het Zelfbeeld zich al heel vroeg begint te vormen, vanaf de geboorte al. Zoals eerder gezegd zullen vele beelden eerst nog nonverbaal zijn opgeslagen, als de taal zich meer ontwikkelt wordt dat meer en meer talig. En in de ontwikkeling van de Persoonlijkheid gaat het om 2 fundamentele dimensies: Controle en Waardevolheid. Dit komt van Aaron T. Beck, een beroemde psychiater en psychotherapeut die veel heeft gedaan om de cognitieve therapie te stimuleren. Met deze therapievorm worden hedentendage grote successen geboekt als het gaat om het behandelen van mensen met persoonlijkheids- en emotionele problemen.

    Beck (en later ook zijn dochter Judith Beck) suggereert dat ieder mens moet leren zichzelf te controleren en zijn omgeving, zodanig dat het gedrag het meest optimaal is. Ieder mens is van nature gericht op Controle, de nieuwste neurowetenschappelijke modellen over de hersenen gaan er ook vanuit dat het voorspellen van de omgeving het meest belangrijke aandachtspunt van onze hersenen zijn. Controle dus. Juist om ons zo plezierig mogelijk te voelen, en zo zelfverzekerd mogelijk. Controle is zeer egocentrisch gericht, het betreft alleen het Zelf. De andere dimensie die Beck noemt is die van Waardevol en dat is de sociale dimensie van een persoonlijkheid. Hier betreft het het waardevol gevonden willen worden. Eigenlijk gaat het hier om geaccepteerd willen worden door andere mensen. Dit is wat een ouder zijn kind ook moet leren: ondanks alles gewaardeerd worden door de eigen ouders/opvoeders. Het heeft veel te maken met een veilige “hechting”, een verschrikkelijk woord maar helaas bij psychologen erg ingeburgerd. Het betreft de natuurlijke binding die een sociaal dier zoals vele hogere zoogdieren (waaronder de mens) vanzelfsprekend heeft of krijgt met de opvoeder. Deze binding is vrij van angst en straalt rust, warmte en genegenheid uit.

    Deze 2 dimensies Controle en Waardevol komen grotendeels terug in het Big Five model. Controle betreft Openheid, Conscientieus, en Emotionele stabiliteit. Waardevolheid komt vooral terug in Meegaandheid en Extraversie. Het waardevol gevonden willen worden speelt vooral bij meer meegaande en extraverte mensen die meer gericht zijn op wat anderen willen.

    Het Zelfbeeld wordt in eerste instantie vooral op basis van het type opvoeding in de eerste levensjaren bepaald. Het kind leert daarin al snel of het meer of minder Controle heeft over zichzelf, zijn omgeving en de ander. Ook leert het al heel snel dat het Waardevol wordt geacht, door zijn ouders en andere mensen. Een simpel voorbeeld: als een kind erg liefdevol wordt behandeld en vertroeteld dan groeit het idee dat het van waarde is: onvoorwaardelijk wordt het liefde gegeven. Dat is goed voor het zelfvertrouwen. Als het dan dingen tegenkomt die het niet kan, bijvoorbeeld minder goed kunnen fietsen, of iets bouwen, dan kan zo’n liefdevolle omgeving ervoor zorgen dat het kind toch leert deze faalervaringen te overwinnen. En daarmee meer zelfvertrouwen te krijgen (“ik kan het wel, als ik maar probeer”). Het leert hiermee dus meer controle te krijgen over zichzelf en de omgeving. Wordt echter dit kind wat harder opgevoed, met meer voorwaardelijke liefde (‘als je dit goed doet dan ben je leuk, zo niet, dan ben je dom’), dan kan het zijn dat het zelfvertrouwen lager wordt omdat het bij faalervaringen niet leert in een veilige omgeving door te zetten. Ook zal het eerder Waardevol zijn koppelen aan presteren: ‘je bent pas iets als je goed presteren kan’. 
    Het Zelfbeeld wordt natuurlijk ook opgebouwd op basis van eigen succes-ervaringen om de omgeving te ‘controleren’ en te bereiken wat je graag wilt. Hoe meer succes-ervaringen, hoe meer je gaat denken dat je alles kan. De “ik kan alles”-gedachte wordt dan alleen maar sterker. Als ook anderen om je heen je successen bevestigen, wordt dit idee vaak alleen maar groter en sterker. Het grootste risico van een dergelijke gedachte is natuurlijk dat het verder af komt te staan van de realiteit. Immers, je kúnt simpelweg niet alles, ooit zal je succes ophouden en maak je kennis met falen. Ook dat zul je moeten leren. Anders leer je namelijk niet met frustraties om te gaan. Ik krijg wel eens mensen die nooit (echt) ziek zijn geweest en die nu plotseling een beroerte hebben gekregen. Zij hebben het heel moeilijk met zich aan te passen aan deze situatie omdat zij nog nooit geleerd hebben om te gaan met zoiets moeilijks. Vaak zijn zij geheel ontredderd, uiten hun klachten zeer dramatisch, alsof het verwende kinderen zijn die nooit tegenslagen hebben gekend. Ook hier geldt maar weer eens dat het Zelfbeeld realistischmoet zijn: constant in contact met de werkelijkheid. En deze werkelijkheid gaat zowel over hoe je het beste controle houdt over je eigen gedachten, gevoelens, gedrag en je omgeving, als ook over hoe je waardevol bent voor andere levende wezens om je heen. Het is essentieel om te beseffen dat ons Zelfbeeld NIET correct opgebouwd kan worden zónder enig menselijk (of hoger zoogdier) contact. Er zijn in de wetenschap gevallen bekend van kinderen die onder zulke non-contact omstandigheden zijn opgegroeid, vaak vanwege een zeer ernstige emotionele verwaarlozing door de ouder(s). In alle gevallen bleek zowel de cognitieve (intellectuele) als ook sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind schade te hebben geleden. Zeer ernstige schade: het kind werd nooit meer een normale volwassene die gewoon aangepast sociaal gedrag kon vertonen. Onze hersenen kunnen niet gezond opgroeien zónder menselijk contact.

    Met bovenstaande feiten kom ik dichterbij een persoonlijkheidsmodel dat tevens ethische regels integreert. Immers, zónder een specifiek warm menselijk contact kan je geen normale persoonlijkheid ontwikkelen. Gelukkig heeft onze evolutie onze hersenen en genen zo ontwikkeld dat dit echt niet kan. Evolutionair gezien is dit eigenlijk simpel te verklaren: waren we ontwikkeld tot een mensensoort van uitsluitend zware autisten – mensen die moeite hebben met sociaal contact en het zich verplaatsen in andermans emoties – dan zou onze soort niet lang hebben overleefd in de natuur. Immers, om te overleven heb je saamhorigheid nodig, intelligentie om samen je natuurlijke vijanden te bevechten. Natuurlijke vijanden die stuk voor stuk sneller en sterker zijn dan de mens. Dus bleven er alleen maar menssoorten over die sámen werken konden en daardoor vijanden de baas konden worden. Om zo lang samen te kunnen leven met elkaar heb je een structuur van regels nodig, een normen en waardenstelsel, gedragsregels: ethiek dus.

    Iemand die dit heel goed heeft gezien is Steve Pavlina. Hij heeft een model voor persoonlijke groei ontwikkeld en verspreid via het Internet dat mij en vele anderen enorm heeft aangesproken. Een slimme jongen, computernerd maar tevens geïnteresseerd in persoonlijke groei. Hij heeft alles wat los en vast zat gelezen over succesvolle groei, in allerlei culturen. En hij heeft geprobeerd de fundamentele regels hiervoor te vinden. Dat deed hij door enkele criteria te stellen aan deze regels: A. ze moesten universele geldigheid hebben, dus gelden voor álle soorten culturen. B. de regels moesten collectief compleet zijn: alle groeimodellen moesten terug te herleiden zijn naar deze fundamentele regels. C. de regels moesten fundamenteel zijn en niet verder uiteen te splitsen in nog fundamentelere regels. D. de regels moesten logisch consistent zijn en niet onderling overlappend of in strijd met elkaar. E. de regels moesten zeer praktisch toepasbaar en toetsbaar zijn. Ik denk dat hij met zijn model van persoonlijke groei de universele bouwstenen van persoonlijkheid heeft gevonden. En daarom wil ik hier dit model verder uitleggen.

    Steve Pavlina komt tot 3 kern-principes : Truth, Love, Power. Met deze 3 komt hij nog tot 4 afgeleide principes: Oneness, authority, courage, en intelligentie. Zijn model staat getekend in Figuur 3 en ik wil hier elk principe kort toelichten.

    Truth: Waarheid. Dit is zoveel mogelijk de Realiteit, de Werkelijkheid, zoals deze is. Niet zoals wij het graag willen zien, maar gewoon de werkelijkheid. Zo objectief mogelijk belicht. Om dit te kunnen heb je meerdere cognitieve en emotionele vaardigheden nodig: een correcte waarneming niet gehinderd door te intense emoties, een goed planmatig en voorspellend vermogen zodat je de realiteit goed kan voorspellen, een hoge acceptatiegraad van je eigen falen en successen en een hoge graad van zelfbewustzijn. Het correct waarnemen van de realiteit heeft veel te maken met een Zelfbeeld dat in de realiteit staat. Noch een idee dat je alles kunt, of dat iedereen tegen je is, of dat je altijd gelijk hebt, zal leiden tot een correct waarnemen van de werkelijkheid. Pavlina geeft aan dat áls wij verder willen groeien in onze persoonlijkheid, wij ons constant moeten trainen in het zien van de Waarheid, de werkelijkheid en deze moeten onderscheiden van onze wensen, emoties of dromen.

    Love of Liefde. In essentie is dit het zoeken van contact, verbinding met een ander levend wezen. Maar het is meer dan contact alleen. Het is wat alle soorten religies met elkaar verbindt: compassie. Compassie is het je kunnen inleven in andermans emoties en dit delen. En uiteindelijk is de diepere band die je met één iemand hebt (vaak je levenspartner) een intense uitdrukking van compassie. Intimiteit en sexualiteit past hier volledig in. In dit fundamentele principe zit ook de Vriendelijkheid die we al in het Big Five model zagen. 

    Power of Kracht. Dit wordt vaak verward met het woord ‘macht’ maar is zeker niet hetzelfde. Het heeft betrekking op de Kracht om te groeien, om jezelf beter te leren kennen, om de wereld om je heen te veranderen zodanig dat zowel jij als anderen er beter van worden. Begrippen als verantwoordelijkheid, wensen, focus, en zelf-discipline vallen hier onder. In die zin komt dit in sterke mate overeen met het “in controle zijn” of “Zelf-controle” van het Big Five model.

    De 4 afgeleide principes van deze 3 fundamentele zijn ook zeer interessant. Allereerst maar Oneness: Een-zijn. Dit ontstaat uit de combinatie van Liefde en Waarheid. Pavlina zegt hier dat we er niet omheen kunnen dat wij één zijn met andere levende wezens, dat we wel verbonden met elkaar móeten zijn. Immers, de waarheid is dat wij als mensen onderling meer overeenkomsten hebben dan verschillen. En dat áls wij normaal onze gevoelens en die van anderen kunnen lezen, dat wij dan automatisch verbonden met elkaar zijn. Veel religies zeggen en prediken hetzelfde. 

    Vervolgens Authority of Autoriteit. Ook weer zo’n woord waar velen van schrikken. Maar hier wordt daadwerkelijke kennis bedoeld, vooral van je Zelf en van de wereld, de ander om je heen. Met de versmelting van Kracht en Truth word je een Autoriteit, op bijvoorbeeld allerlei gebieden waar je je op richt. Het maakt dat je alleen maar sterker en succesvoller wordt in het bereiken van je doelen. Mensen om je heen merken ook dat je deze uitstraling van wijsheid, kennis hebt. Zonder dat je je arrogant opstelt.

    Tot slot: Courage of Moed. Een hele mooie vind ik zelf. Het is de samensmelting van Love en Power. De moed om over korte-termijn doelen of wensen te stappen en te kijken naar lange termijn doelen. Liefde is nodig om je te verbinden met anderen, om je in te zetten voor anderen. Zonder deze verbinding is er geen moed, geen heldendaad mogelijk. Moed heeft ook te maken met het ontbreken van teveel angst, en dat heeft weer te maken met voldoende Power/Kracht.

    Steve Pavlina heeft in zijn model de laatste afgeleide in het midden geplaatst: Intelligentie. In feite bedoelt hij daarmee niet helemaal hetzelfde als wat de psychologie ermee bedoelt. Veel meer geeft hij aan dat dit Wijsheid is: het optimaal gebruik maken van al je mogelijkheden, van Liefde, de Waarheid zien tot en met je Zelfvertrouwen en kracht.

    Laat het heel duidelijk zijn dat ik geen voorstander ben van het blind achterna lopen van zogenaamde goeroes. Dat wil ik ook bij Steve Pavlina niet doen. Maar het moet gezegd worden dat zo’n jongen, zonder dat hij filosoof of psycholoog is, verrassend goed een model voor persoonlijke groei heeft neergezet dat ik nog altijd niet heb kunnen weerleggen. Wel is het zo dat hij geen deskundige is van normale persoonlijkheid en hoe dit in de groei abnormaal kan verlopen. En ik wil graag zijn model verbinden met het heersende Big Five persoonlijkheidsmodel, dat toch wat meer op onderzoek is gebaseerd. Echter, er is duidelijk minder nagedacht over het Big Five model dan over Steve Pavlina’s principes. Bovendien is de koppeling naar ethiek vanuit het Big Five model wat lastiger. Pavlina’s model is daarmee universeler toe te passen. Niet voor niets heeft hij wereldwijd een enorme schare fans ontwikkeld.

    In Figuur 3 heb ik gepoogd Pavlina’s model en het Big Five model wat meer samen te voegen. Dit is natuurlijk niet gebaseerd op onderzoek maar op logisch redeneren. En het is niet echt samenvoegen, eerder laten zien hoe enkele begrippen van het ene model kunnen passen bij het andere. Vanuit deze ‘samenvoeging’ wil ik dan verder uiteenzetten hoe je normale persoonlijkheid in feite zou MOETEN groeien, hoe het onder normale omstandigheden zou moeten zijn. Daarmee wil ik direct een richting aangeven waarin iemand’s persoonlijke groei zou moeten gaan. Ik wil ook voorbeelden aangeven van welk soort Zelfbeelden hierbij horen. Dit wil ik splitsen in enkele Kerngedachten, enkele regels en/of voorspellingen en enkele automatische gedachten. Ik wil daarbij ook duidelijk maken per gedachtengang hoezeer elk van Steve Pavlina’s principes steeds weer terugkomen. Met deze principes kun je iedere keer weer je eigen gedrag onder de loep nemen en jezelf verbeteren, groeien tot een hoger bewustzijn. 



    Hoe het zou moeten zijn: de groei van een gezonde persoonlijkheid
    Als alles ideaal zou zijn in de opvoeding van een mens, in zijn lichamelijke groei van zijn hersenen, dan zou je op alle 3 kernpunten van Pavlina’s model moeten groeien. Maar belangrijk is te beseffen wát daar precies voor nodig is. Wat is er nu nodig om zoveel mogelijk te groeien in Truth, in het waarnemen van de realiteit? Daar heb je gezonde hersenen voor nodig én een goede opvoeding die je leert de werkelijkheid onder ogen te zien. Volgens het Big Five model is daar een karaktereigenschap Openness voor nodig: het vermogen te kunnen open staan voor steeds weer nieuwe zaken. Emotioneel gezien moet je daarvoor niet té bang zijn, je angst moet dusdanig gemiddeld zijn dat je nieuwe zaken voldoende tegemoet kan treden. Dat je er spontaan zelf op af durft te stappen. Bijvoorbeeld, dat je een wat donker bos in durft te gaan op zoek naar nieuwe ontmoetingen met nieuwe dieren. Dat je nieuwsgierigheid het wint van je angst voor onbekende zaken. Daarvoor moet je geleerd hebben dat je best tegen nieuwe, onbekende dingen kan, dat je daarvan nooit ondersteboven kan raken. Immers, je bent sterk genoeg, je staat sterk genoeg op eigen benen, je vertrouwen in jezelf is groot genoeg. 
    Een opvoeding die je duidelijk heeft gemaakt dat je snel ziek, zwak en misselijk kunt worden, zal je niet gemakkelijk tot een avonturier kunnen maken. In de basis moet je opvoeding jou dus geleerd hebben: “ik kan het aan”, “wat er ook gebeurt, ik doe wat ik kan doen, mij zal niets gebeuren”. De eigenschap Conscientiousness of Zelfcontrole is hier ook belangrijk omdat je dan weet dat áls er iets nieuws gebeurt, je altijd weet dat je jezelf onder controle kan houden. De andere eigenschap hier van belang is Emotionele stabiliteit: in essentie is dat de vaardigheid je emoties te controleren. Ook al is er angst bij het ontdekken van iets, je weet dat je het altijd onder controle/hanteerbaar kan houden. Datzelfde geldt ook voor het ontdekken van zaken die je beeld over jezelf kunnen doen veranderen. Je moet dan niet té geschokt zijn. Dat wordt je ook nooit als je houdt van Openness: dat je je fundamenteel open stelt voor álle nieuwe dingen. Het is een grondhouding die je vanaf je geboorte kan trainen. De natuurlijke onbevangenheid van een kind is een voorbeeld van zo’n grondhouding.
    Als je eenmaal de Realiteit ziet, zoals deze is, is Love of Liefde de 2e kernfactor waarin je kunt groeien. Normaliter gebeurt dat ook: je verbindt je namelijk als baby al snel aan je opvoeder. In de psychologie wordt dat ook met een voor mij vervelend klinkend woord: “hechting” genoemd. Je verbindt je met een ander, gevoelig wezen. Deze verbintenis wordt in de jonge hersenen opgeslagen en versterkt. Meestal wordt dan de emotie ‘blijdschap’ versterkt. Lichaamswarmte, zachtheid, zachte woordjes, muziek, liedjes, dit alles wordt in de hersenen opgeslagen onder het kopje: “veilig, warm, verbinding, Liefde”. Weer wat later in je opvoeding leer je ook dat jij wat waard bent voor anderen, je bent altijd verbonden met die anderen, wat je ook doet. Er is onvoorwaardelijke liefde: je bent wat waard, ongeacht hoe je doet en bent. Natuurlijk maak je wel eens fouten, ook in je gedrag, maar dat wordt op een liefdevolle manier gecorrigeerd. Jij, als Persoon, zal nooit door je opvoeders worden afgewezen, je mag er altijd zijn, zoals jij bent. In opvoedingen waar je keihard wordt afgestraft als jij iets fout doet, kan het goed zijn dat je zoveel angst en wantrouwen ontwikkelt naar je opvoeders, dat je ook andere mensen niet zo gaat vertrouwen. Je verbintenis, verbinding met anderen wordt dan automatisch minder.
    Omdat je ook anderen minder gaat vertrouwen, zul je ook eerder gevoelig zijn voor argumenten dat anderen anders dan jij zijn, dat anderen dus ook negatieve eigenschappen kunnen hebben, en dat mensen die heel anders dan jij zijn (b.v donker ipv blank) ook slechter zijn. De kans dat jij je dan altijd eenvoudig verbonden zult voelen met anderen, hoe anders zij ook zijn, zal kleiner zijn. Hierdoor ontstaat al gauw racisme en discriminatie.
    Om gemakkelijker verbinding te maken met anderen zijn Big Five eigenschappen als Extraversie en Vriendelijkheid/Meegaandheid wel erg handig. Het gericht zijn op anderen, andermans behoeften en emoties, roept eenvoudiger goodwill bij die anderen op zodat je weer meer verbinding kan hebben met elkaar. Echter, de grote valkuil is hier dat je niet téveel gericht moet worden op die ander zodat je jezelf vergeet of tekort doet. Het moet een balans zijn.
    De 3e kernfactor volgens Pavlina’s model is Power ofwel Kracht. De kracht om de wereld en de ander om je heen te beïnvloeden. Dit klinkt heel eng, negatief zelfs, maar het wordt in de goede zin bedoeld. Het vereist een hoge zelf-discipline en verantwoordelijkheid. Een verantwoordelijkheid kunnen en durven nemen voor je eigen leven en lichaam. Hoe meer je beseft dat jij degene bent die je zelf naar een hoger plan kan tillen, hoe beter dat is. Hiervoor heb je ook discipline, doorzettingsvermogen, energie en wilskracht nodig. Ook hier weer is het nodig dat je voldoende Zelfcontrole, Openheid en Emotionele stabiliteit hebt (volgens Pavlina’s model).

    Waarom ethiek en een normale persoonlijkheid hand in hand gaan
    Dan kom ik nu tot iets wat erg controversieel is, iets dat veel discussie oproept. Ik wil duidelijk maken dat een normale persoonlijkheid automatisch betekent dat er sprake is van een gezond groeiend ethisch bewustzijn. Plat gezegd: een normale persoonlijkheid herken je aan een vriendelijk en zachtaardig karakter. Het IS namelijk hetzelfde!

    Een persoonlijkheidsstoornis zoals dat officieel heet in de psychologie en/of psychiatrie is een nogal omstreden begrip. Ten eerste is er de vraag wat nu bedoeld wordt met een “stoornis”. Dat is niet zo moeilijk denk ik: een afwijking van het ‘normale’, van het ‘gemiddelde’. Het moeilijke is echter: wát is ‘normaal’? De ellende is dat bij persoonlijkheidsstoornissen een groepje psychiaters ooit bij elkaar is gaan zitten en toen allerlei woorden hebben bedacht voor beelden in de persoonlijkheid die zij zelf hebben meegemaakt in hun werk. Op deze manier is er een groepje persoonlijkheidsstoornissen ontstaan dat tegenwoordig grotendeels nog altijd geldt in de psychologie. Ik moet zeggen dat dit nogal subjectief is ontstaan en niet zo zeer gebaseerd op goede studies. Daarmee wil ik niet zeggen dat de huidige indeling van persoonlijkheidsstoornissen (in 3 grote gebieden: clusters genaamd) niets waard is. Ik wil wél zeggen dat het nogal willekeurig is samengesteld en dat een andere indeling, meer gebaseerd op onderzoek en een betere theorievorming, wellicht verstandiger zou zijn.
    Hoe dan ook: ik wil vooralsnog wel werken met deze indeling omdat ie nou eenmaal binnen de psychologie gebruikelijk is. Daarnaast is het best een goede hanteerbare indeling van persoonlijkheden; het is in de praktijk te gebruiken. Maar…het grootste probleem dat ik heb met het begrip “persoonlijkheidsstoornis” is het woord “stoornis”. Het is in sterke mate medisch getint en daarmee direct té zwart/wit: of iets is een stoornis (dus afwijkend) of niet. Stoornis staat tegenover Goed, Ziek tegenover Gezond. Maar…bij persoonlijkheidseigenschappen is het nooit zó zwart/wit te stellen. Indien het cognitieve model over normale persoonlijkheid en persoonlijkheidsstoornissen van Aaron T. Beck en anderen klopt (en ik denk dat dit in hoofdlijnen zo is), namelijk dat een persoonlijkheid bestaat uit allerlei Kerngedachten en afgeleide Gedachten over de wereld en de Ander (Regels en voorspellingen), en spontane gedachten (automatische gedachten) (zie Figuur 2: Zelfbeeld-schema), dan is het zo dat IEDEREEN grofweg dezelfde gedachtengangen kan hebben. De een echter in meer of mindere mate. De scheidslijn tussen ‘abnormale’ gedachten en ‘normale’ gedachten is daarmee niet meer te trekken.
    Omdat deze scheidslijn dus niet in de realiteit bestaat hebben al die psychiaters en psychologen maar bedacht dat een ‘stoornis’ inhoudt dat het a. duidelijk afwijkend moet zijn van wat in de betreffende cultuur gebruikelijk is, b. het gedrag en de ideeën al heel lang aanwezig moeten zijn (logisch: vanaf de jeugd) en c. behoorlijk vervelend moet zijn voor Anderen en voor de persoon zelf. Dat het duidelijk afwijkend moet zijn van het gemiddelde heeft heel sterk te maken met het feit dat men weet dat iedereen in grote lijnen gelijk is. Iedereen heeft namelijk 2 armen, benen, een hoofd, hersenen, een hart. Men weet ook dat gemiddeld gesproken bepaald gedrag het meest voorkomt. Ook weet men hoe hersenfuncties gemiddeld zijn. Gelukkig staat deze manier van definiëren van een persoonlijkheidsstoornis toe dat er vele verschillende persoonlijkheden bestaan. Het betekent gelukkig niet dat als iemand heel gek danst op muziek en niemand anders zo danst, dat die persoon dan een persoonlijkheidsstoornis heeft (het kán wel, maar het kan niet automatisch gezegd worden).
    Wat ik vooral wil benadrukken is dat een persoonlijkheidsstoornis simpelweg een slecht of minder ontwikkelde persoonlijkheid is die automatisch lijden bij anderen en bij zichzelf veroorzaakt. Met andere woorden: ik stel het lijden expres vóórop. En daarmee koppel ik het direct aan ethiek: een stelsel van hoe je je behoort te gedragen. Dat komt vooral omdat ik wil benadrukken dat een afwijkende persoonlijkheid ook betekent dat de frontaalkwabfuncties in de hersenen niet goed functioneren. In deze frontaalkwabben zetelt namelijk ons sociale gedrag: daar zitten alle gedragsregels die wij geleerd hebben tijdens onze opvoeding. Daar zit ook ons vermogen tot compassie en medeleven, ons vermogen ons in te leven in andermans brein en emoties. En bij échte persoonlijkheidsstoornissen is het zo dat verschillende onderdelen van deze frontaal functies niet goed werken. Zo werkt het vermogen bij psychopaten niet om zich in te leven in andermans angsten of emoties. Of het vermogen om eigen emoties voldoende te beheersen, dat niet goed werkt bij theatrale persoonlijkheden.

    Dus…één van de simpelste testjes om mensen op te sporen met persoonlijkheidsstoornissen is te kijken of zij daadwerkelijk compassie kunnen hebben. Dus…vriendelijk zijn. En niet selectief vriendelijk (wanneer het hen uitkomt) maar áltijd vriendelijk. Dat is heel gemakkelijk te testen: provoceer ze een beetje en je zult vrijwel direct een nogal agressieve reactie kunnen opmerken. Hoe defensiever, dus hoe heftiger zo’n reactie, hoe lager in de persoonlijke groei, hoe meer de persoonlijkheid is blijven steken, hoe meer rigide (star) iemand is. En áls dat zo is, dan stel ik hier simpelweg vast dat dit áltijd betekent dat er onethisch gedrag is. Daarmee bedoel ik: gedrag dat andere mensen en dieren kan schaden. Daarom is het van essentieel belang dat wij met z’n allen leren persoonlijkheidsproblemen sneller te herkennen zodat we onethisch gedrag ook sneller kunnen opsporen en aanpakken.

    Ik lijk hiermee veel verder te gaan dan het handboek van de psychologen en psychiaters bij het vaststellen van persoonlijkheidsproblemen. Ik ga echter niet verder dan de huidige definitie – die hanteer ik namelijk ook – maar ik koppel het wel degelijk aan sociaal gedrag en daarmee aan Hoe je je zou moeten gedragen. Ik trek namelijk de lijn duidelijk door van gezonde persoonlijke groei naar inzichten vanuit de biologie, ethologie en neurowetenschappen die laten zien dat afwijkend onethisch gedrag alles te maken heeft met hersenschade. En de laatste studies laten ook zien dat afwijkende, ongezonde opvoedingsstijlen (b.v. emotionele en/of fysieke mishandeling) wel degelijk de hersenen anders doen groeien dan wat we van de gemiddelde hersenen weten. Dit verklaart ook dat een persoonlijkheidsstoornis zo star en langer bestaand is: het zit fysiologisch verankerd in de hersenen. Deze mensen kunnen vaak niet anders reageren dan ze doen. En daarmee heb je een eenvoudig 2e criterium van een persoonlijkheidsstoornis: zo’n iemand is juist vanwege zijn automatische en starre houding eenvoudig te herkennen. In bepaalde situaties zal zo’n iemand altijd op een voorspelbare eenzelfde manier reageren, ze kúnnen vaak niet anders.

    Verbeter de wereld: begin bij het opsporen van persoonlijkheidsstoornissen
    Ik vind het stuitend hoe slecht wij als ‘gewone’, normale mensen weten hoe een persoonlijkheidsstoornis eruit ziet. Dit veroorzaakt ontzettend veel lijden in de wereld. In relaties, op het werk, op scholen, thuis, in de politiek. Als wij veel beter zouden zien wie persoonlijkheidsproblemen heeft, dan zouden we veel sneller kunnen ingrijpen en zo’n iemand adviseren of dringender stimuleren hulp te zoeken. Niet om iedereen in een bepaald keurslijf te duwen. Integendeel: mensen met persoonlijkheidsstoornissen zijn juist diegenen die anderen manipuleren, in een keurslijf duwen, en onethisch (asociaal) gedrag vertonen. Mijn filosofie is: hoe beter je eigen persoonlijkheidsontwikkeling is, hoe sneller je ziet wie in zijn persoonlijkheid achtergebleven is, hoe sneller je persoonlijkheidsstoornissen kunt herkennen. En daarmee kun je de wereld verbeteren: veiliger maken. Want het is van het grootste belang mensen met persoonlijkheidsproblemen veel sneller op te sporen en te corrigeren dan we nu doen. Het is in ons aller belang dat zulke mensen behandeld en/of begeleid worden omdat ze grote schade berokkenen aan deze samenleving, aan ons. Door hun onethische gedrag. En juist omdat ik deze koppeling tussen persoonlijkheidsstoornissen en ethiek maak, wordt het ook veel duidelijker dat we onze focus moeten verleggen naar het opsporen en behandelen van persoonlijkheidsproblemen als we onze wereld beter en veiliger willen maken. Op andere pagina’s over de 10 bekende persoonlijkheidsstoornissen wil ik per stoornis uitleggen wat voor mensen dit zijn, hoe ze grofweg denken, en welke schade zij daarmee toebrengen aan jou, aan ons, aan de gehele samenleving. Zodat je als lezer hopelijk zult inzien dat juist deze mensen beter herkend moeten worden én daarmee ook aangepakt/behandeld.

      Het is nu 19.08.17 11:25